Nieuws

Samenvatting uitspraken van 2 tuchtzaken uit afdeling West

23-05-2010

Hieronder treft u een samenvatting aan van twee onlangs door de Tuchtcommissie van de NTTB afgeronde zaken, die door het Afdelingsbestuur zijn aangespannen. Momenteel zijn er geen zaken vanuit de afdeling West bij de Tuchtcommissie in behandeling.

met vriendelijke groet

Vally Karagantcheff

Bestuurslid wedstrijdzaken NTTB afd West

 

TUCHTZAAK NO. 09-004 (08-01-2010)

Aangifte en aanklacht

Door het Afdelingsbestuur is op 10 oktober 2009 aangifte gedaan jegens de vereniging A terzake het niet nakomen van de verplichting een reeds voor de najaarscompetitie opgegeven en ingedeeld jeugdteam, in klasse (..), deze competitie te doen uitspelen.

De aanklacht luidt alsvolgt:

Tijdens de najaarscompetitie 2009 heeft vereniging A met het (..) jeugdteam vanaf aanvang niet deelgenomen aan de wedstrijden in de klasse (..) van de afdeling West en heeft het team, ook na herhaald verzoek tot verdere deelname, geen aanstalten gemaakt alsnog aan die verplichting te voldoen, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot het definitief verwijderen uit de competitie door de Afdelingsjeugdcompetitieleider (AJCL).

Met deze gedragingen heeft vereniging A zich (mogelijk) schuldig gemaakt aan overtreding van art. 5 Tuchtreglement (TR) onder aanhef en onder a. in samenhang met het gestelde in art. 25 Competitiereglement NTTB en art. 2.4 van het Afdelingscompetitiereglement van NTTB West.

De feiten

Vereniging A heeft in de zomer van 2009 het (..) jeugdteam ingeschreven voor klasse (..) van de jeugdcompetitie najaar 2009 in de afdeling West. Deze klasse bestaat al enige jaren slechts uit 1 poule van 6 teams. Nadat de termijn om bezwaar te maken tegen de indeling reeds was verstreken deelt vereniging A aan de AJCL mee dat zij het verzoek doen het (..) jeugdteam uit de competitie te halen. Het verzoek wordt afgewezen door de AJCL, hetgeen later nogmaals wordt bevestigd door het Afdelingsbestuur.

Vervolgens weigert vereniging A op (..) september 2009 de eerste wedstrijd te spelen. Ondanks een dringend verzoek van de AJCL om alsnog tot spelen over te gaan negeert vereniging A dit verzoek en worden de daarop volgende twee wedstrijden niet gespeeld.

De AJCL heeft vervolgens twee boetes opgelegd aan vereniging A op grond van het niet opkomen van het (..) jeugdteam in voornoemde wedstrijden en doet de aankondiging dat ook bij een 3e keer niet opkomen een boete zal worden opgelegd. Tevens wordt vermeld dat het team daarna officieel uit de competitie zal worden genomen en de zaak bij de tuchtcommissie aanhangig zal worden gemaakt. Op (..) september 2009 is het team officieel verwijderd uit de competitie door de AJCL van afdeling West. Zowel voor het niet opkomen van de 3e wedstrijd alsmede voor het feitelijk terugtrekken uit de competitie wordt nog een (3e en 4e) boete opgelegd.

Vereniging A voert in haar verweerschrift de volgende omstandigheden aan:

  • de indeling van de competitie is in een te laat stadium bekend gesteld
  • door vakantie van de jeugdsecretaris kon niet tijdig worden gereageerd op de indeling
  • de reisafstanden en de daaraan verbonden kosten zijn te groot
  • geen ouders dan wel andere personen binnen de vereniging zijn bereid om het team naar uitwedstrijden te rijden/begeleiden

Overwegingen TUC

  • Reeds opgelegde straffen/boetes

Door de AJCL zijn in totaal 4 boetes opgelegd aan vereniging A, i.c. 3x geldboete ad. € 20,00 per keer voor het niet opkomen en 1x geldboete ad. € 22,50 voor het terugtrekken van het (..) jeugdteam. In totaal is derhalve € 82,50 aan boetes opgelegd. Op grond van art. 10 Competitiereglement kan de betrokken competitieleider een overtreding van enige bepaling van dit reglement, voor zover niet voorbehouden aan de tuchtcommissie, bestraffen met een boete.

Op basis van art. 10 lid 6 van het Competitiereglement kan o.a. tegen een opgelegde boete beroep worden ingesteld bij het betrokken afdelingsbestuur.

De tuchtcommissie heeft uit de dossierstukken kunnen afleiden dat vereniging A heeft aangegeven het niet eens te zijn met de opgelegde boetes. Of dit protest als een beroep ex art. 10 lid 6 van het Competitiereglement door het afdelingsbestuur is aangemerkt is onduidelijk. Wel is er hierop feitelijk gereageerd. Doordat er meerdere functionarissen (AJCL, hoofd wedstrijdzaken en secretaris afdeling West) betrokken waren in de e-mailwisseling is minder zeker vast te stellen of die strikte scheiding tussen 1e echelon (oplegger boete) en 2e echelon (reactie op protest/beroep namens het afdelingsbestuur) correct is verlopen. Van een beroep tegen de 3e en 4e geldboete ingesteld bij het afdelingsbestuur is niet gebleken.

  • Dubbele bestraffing en ontvankelijkheid van de zaak

De tuchtcommissie komt tot het oordeel dat deze zaak -op formele gronden- niet ontvankelijk is, zonder inhoudelijk op de zaak in te gaan, nu er reeds door of namens het afdelingsbestuur tot bestraffing (het verwijderen van het team uit de competitie) is overgegaan. In Nederland geldt nl. het algemene rechtsbeginsel dat je, binnen het op de voorliggende zaak van toepassing zijnde recht, niet twee keer voor dezelfde zaak kunt worden veroordeeld. Dat beginsel geldt dus ook binnen het tuchtrecht in de sportwereld.

Nadere overwegingen voor toekomstige soortgelijke gevallen

De tuchtcommissie heeft, ondanks de niet ontvankelijkheid, bewust gekozen voor een inhoudelijke reactie op de voorliggende vragen in deze zaak om hiermee voor de toekomst duidelijk haar standpunt aan de afdelingen en verenigingen binnen de NTTB kenbaar te maken omtrent de beantwoording van de vraag welke verplichtingen kunnen worden/zijn verbonden aan het willen deelnemen aan wedstrijden en competities.

  • Te late indeling

De tuchtcommissie is van mening dat de bekendmaking van de indeling door de afdeling West op de website d.d. 21 augustus 2009 aan de late kant is geweest. De reactieperiode (tot 28 augustus 2009) was daarnaast voor de verenigingen te kort.

Het verdient aanbeveling het tijdstip van bekendmaking zo vroegtijdig als mogelijk voor de aanvang van de competitie te realiseren en dat tijdstip aan de verenigingen kenbaar te maken. Voor het indienen van evt. bezwaar acht de tuchtcommissie, ook rekeninghoudend met de vakantieperiode, een termijn van twee weken als redelijk. 

  • Vakantieperiode

Binnen de vereniging mag, op basis van ervaring en informatie, als bekend worden verondersteld hoe en op (bij benadering) welke datum de competitie-indeling wordt gecommuniceerd. Dat de wedstrijdsecretaris op vakantie is in de betreffende periode is geen deugdelijk argument om niet tijdig te kunnen reageren. Daarvoor dienen binnen de vereniging adequate afspraken en oplossingen ter vervanging worden gemaakt en gevonden.

  • Reisafstanden en kosten

Het is uiteraard voor elke afdeling een uitgangspunt om de indeling van teams zo regionaal mogelijk te realiseren, zeker in het geval van jeugdteams die afhankelijk zijn van begeleiding en transport van ouders of derden binnen de vereniging.

De tuchtcommissie gaat er, op basis van het dossier, vanuit dat de AJCL naar vermogen en met inachtneming van de belangen van de deelnemende verenigingen de indeling tot stand heeft gebracht. De tuchtcommissie is verder van oordeel dat de verenigingen bij het doen van hun opgave voor een volgend seizoen zich moeten oriënteren op mogelijke consequenties. In de voorliggende casus ligt dit des te meer voor de hand, omdat de betreffende klasse al enige jaren uit 1 poule met slechts zes teams bestaat, hetgeen als algemeen bekend mag worden verondersteld.

Op grond van bovenstaande kon de AJCL niet anders beslissen dan het (..) jeugdteam in die klasse in te delen.

  • Ouders/begeleiders ontbreken

Het ontbreken van ouders dan wel andere personen die begeleiden of voor transport moeten zorgen binnen de vereniging kan geen steekhoudend argument zijn voor het niet willen of kunnen deelnemen aan een competitie. Bij de inschrijving van teams moeten op dat moment alle mogelijk daaraan verbonden consequenties zijn overzien dan wel overwogen.

Uitspraak

Gezien de stukken, met inachtneming van de toepasselijke reglementen en oordelend naar recht en billijkheid heeft de tuchtcommissie op 8 januari 2010 de volgende uitspraak in deze zaak gedaan:

De zaak tegen vereniging A wordt niet ontvankelijk verklaard nu de overtreding door of namens het afdelingsbestuur reeds is afgedaan

Tegen deze uitspraak is zowel door aanklager als aangeklaagde(n) geen beroep ingesteld (art. 53 Tuchtreglement).

  

TUCHTZAAK NO. 09-005 (15-03-2010)

Aangifte

Door het afdelingsbestuur is op 18 december 2009 aangifte gedaan jegens de verenigingen A en X terzake het door een van hun teams staken van een competitiewedstrijd. Met deze gedraging hebben beide verenigingen cq. teams zich (mogelijk) schuldig gemaakt aan overtreding van art. 5 Tuchtreglement onder aanhef en onder a. in samenhang met het gestelde in art. 13 Competitiereglement.

De betreffende wedstrijd op (..) november 2009 tussen team A van de vereniging A en team X van de vereniging X in de (..) klasse (poule ..) van de reguliere competitie van afdeling West werd gestaakt na de 2e set bij een stand van 2-0 in het voordeel van team A. Volgens de verklaringen van beide partijen ontstond er op dat moment onenigheid over het (verder) meespelen van de 3e speler (speler Z) van team X, die niet op tijd aanwezig was voor zijn eerste wedstrijd (wedstrijd C-Z). Uiteindelijk zou deze speler meer dan 60 minuten te laat arriveren waardoor hij -reglementair gezien- niet meer mocht uitkomen in deze wedstrijd.

Nadat team X had aangegeven dat het de te laat komende speler nog wilde inzetten in het vervolg van de wedstrijd (vanaf de dubbelpartij) en team A dit weigerde escaleerde de zaak en werd de wedstrijd gestaakt.

Onduidelijk blijft welk team daadwerkelijk de wedstrijd heeft gestaakt omdat de verklaringen van beide partijen volstrekt tegengesteld zijn.

Vooronderzoek TUC

De tuchtcommissie heeft naar aanleiding van de aangifte eerst een vooronderzoek ingesteld alvorens de zaak in behandeling te nemen.

Naar aanleiding van de uitkomsten van dit vooronderzoek heeft de tuchtcommissie op 15 maart 2010 besloten geen verdere vervolging in te stellen en de zaak te seponeren. Dit als gevolg van de door de partijen afgelegde volstrekt tegenstrijdige verklaringen. Naar het oordeel van de tuchtcommissie zal waarheidsvinding naar de gang van zaken door de tuchtcommissie niet mogelijk zijn.

Naar het nieuwsoverzicht.